Block
Block

Tips voor het vinden van een passende stage

  • Maak gebruik van netwerken. Kijk bijvoorbeeld op verschillende sociale mediakanalen waarbij je kan aansluiten.
  • Op veel scholen zijn platforms van studenten met een beperking actief en/of is er een stagebureau/career center die passende stages aanbiedt.
  • Kijk op Realistenacademie 2.0 waar je training kunt krijgen om je persoonlijke én professionele vaardigheden kunt vergroten. Dit kan je eenvoudig doen naast je studie. Ook kan je je hier aanmelden als buddy om studenten met een ondersteuningsvraag te helpen. Dit is een mooie aanvulling voor op je cv.
  • Maak voor jezelf een netwerkkaart.  

Oefening voor het maken van een netwerkkaart

De netwerkkaart is verdeeld in zes rubrieken: Wie, Gegevens, Waarvoor, Wat, Hoe en Resultaat. De eerste vijf rubrieken vul je in vóór je iemand uit je netwerk gaat benaderen:

  1. Wie: noteer wie je uit je netwerk benadert en diens functie.
  2. Gegevens: noteer het telefoonnummer en/of e-mailadres.
  3. Waarvoor: vermeld de reden waarom je deze persoon benadert (bijvoorbeeld leuke functie, op zoek naar stage/baan).
  4. Wat: noteer welke vraag/vragen je aan je netwerkpersoon gaat stellen.
  5. Hoe: noteer je hoe je deze persoon benadert (bellen, mailen, spreken).

6. Resultaat: deze laatste rubriek vul je in als je de persoon benaderd hebt. Noteer het resultaat van je actie. Wat is er uit gekomen? Bijvoorbeeld: een vervolgafspraak, je weet bij wie je moet zijn bij een bepaalde vraag.

Tips voor het solliciteren naar een stage

Werkgevers en stagebedrijven hebben niet altijd evenveel ervaring met studenten met een ondersteuningsvraag. Misschien hebben zij vooroordelen of durven ze het simpelweg niet aan. Er zijn verschillende redenen waarom je wel of niet zou vertellen over je beperking. Dat is heel persoonlijk en afhankelijk van veel factoren. Er is geen gouden regel, geen algemeen geldend advies.

  • Je bent niet verplicht meteen al te vertellen over je beperking of aandoening, tenzij bij voorbaat duidelijk is dat je door je gezondheid bepaalde taken uit de functie niet kunt uitvoeren, of daarvoor bepaalde voorzieningen nodig hebt.
  • Wil je toch al laten doorschemeren dat je een functiebeperking hebt, dan kan dat eventueel in je cv. Bijvoorbeeld door bij je hobby’s te vermelden dat je aan rolstoeltennis doet, of dat je voorzitter bent van de vereniging voor astmapatiënten. Je schept daarmee de gelegenheid voor de ander om ernaar te vragen en haalt voor jezelf wat druk weg. Vind je het niet relevant of prettig om in je cv te vermelden dat je dergelijke activiteiten onderneemt, dan doe je dat uiteraard niet.
  • Benadruk in je cv wat je zoal doet of hebt gedaan aan nevenactiviteiten naast je studie. Bijvoorbeeld: vrijwilligerswerk, cursussen, hobby’s, betrokkenheid bij een vereniging of bijzondere talenten die je hebt.
  • Neem een actieve houding aan als je tijdens het sollicitatiegesprek wilt vertellen over je ondersteuningsvraag. Zorg ervoor dat je niet ondersteuningsvraag centraal staat maar jouw competenties. Vragen over je gezondheid of ziekteverleden hoef je niet te beantwoorden. Wat je wel kan toelichten is hoe vaak je ziek/niet aanwezig bent, je het werk wel aankan en of het geld kost als ze je aannemen.

Tips voor tijdens het sollicitatiegesprek

  • Wees kort en bondig.
  • Maak er geen ‘cliffhanger’ van (dus: niet wachten tot het moment zich aandient).
  • Wees duidelijk over wat jij wil.
  • Durf vragen te stellen. Domme vragen bestaan niet.
  • Verwijs naar relevante wet- en regelgeving die mogelijk voor jou van toepassing zijn.
  • Kom met oplossingen, benadruk je mogelijkheden.
  • Geef aan wat voor aanpassingen en/of voorzieningen je nodig denkt te hebben. Licht deze toe en waar je deze kunt krijgen
  • Oefen het vertellen over je beperking tijdens het gesprek met anderen (bijvoorbeeld je ouders, vrienden of docent).

Tips bij de voorbereiding van je stage

  • Bespreek voordat je op stage gaat de voorzieningen en begeleiding die je nodig hebt. De studentendecaan kan je zo nodig doorverwijzen naar instanties binnen of buiten de opleiding. Extra ondersteuning kun je bij je universiteit of hogeschool aanvragen via de studentendecaan.
  • Als je verwacht dat jouw ondersteuningsvraag van invloed is op je stageverloop, is het goed dit alvast met je begeleider te bespreken. Zo kun je vooraf al oplossingen bedenken en duidelijke afspraken maken.
  • Bedenk ook wat je aan begeleiding verwacht en nodig hebt voor de contactmomenten.
  • Kennismaking tussen jouw stagebegeleider en je stagebedrijf kan ook plaatsvinden voordat de stage begint: dit kan drempelverlagend werken voor de verdere communicatie tijdens je stage.
  • Zet op papier op welke aspecten je wordt beoordeeld.
  • Als stagiair krijg je een contract. Hierin staan de afspraken over de duur van het contract, de eventuele betaling en andere afspraken over je werkzaamheden. Als je aangepaste werkuren, en bijvoorbeeld voorzieningen, hebt afgesproken in verband met je  ondersteuningsvraag, laat dit dan in het contract opnemen. Duurt je stage officieel drie maanden maar weet je niet of die termijn wel haalbaar is voor jou, laat ook dit dan vastleggen. Zo is voor alle partijen helder wat je van elkaar kunt verwachten. Bij je beoordeling kunnen dergelijke afspraken van groot belang zijn.
  • Lees de ervaringsverhalen van studenten die op stage zijn geweest.
  • Lees ook de tips ‘studieproces in kaart‘ met informatie over de verschillende sleutelmomenten tijdens je studie, waaronder stage lopen.

Tips voor oplossingen/aanpassingen bij mogelijke knelpunten tijdens de stage

Het kan zijn dat er extra tijd voor de stage, extra inzet vanuit de onderwijsinstelling en/of flexibele werktijden vanuit het stagebedrijf nodig zijn. Bereidt je goed voor. het onderstaande overzicht helpt je daarbij.  

Aanpassing van werktijden:

  • Minder uren per dag/week, meer pauzes of meer uren besteden aan de stageopdracht.

Aangepaste taken van de stageopdracht:

  • Minder taken door bijvoorbeeld belastende taken weg te laten.
  • Meer taken voor meer uitdaging of afwisseling en verbreding van de inzetbaarheid.
  • Wisseling van soort taken/opdrachten.

Begeleiding/aansturing:

  • Extra overleg met de stagebegeleider/leidinggevende.
  • Extra begeleiding tijdens de stage.
  • Externe evaluatie of coaching, bijvoorbeeld jobcoaching of door de stagebegeleider van de onderwijsinstelling.

Tips voor stagebegeleiding vanuit je onderwijsinstelling en stagebedrijf

  • Bespreek voordat je op stage gaat de voorzieningen en begeleiding die je nodig hebt. De studentendecaan kan je zo nodig doorverwijzen naar instanties binnen of buiten de opleiding.  
  • Als je verwacht dat jouw ondersteuningsvraag van invloed is op je stageverloop, is het goed dit alvast met je begeleider te bespreken. Zo kun je vooraf al oplossingen bedenken en duidelijke afspraken maken.
  • Bedenk ook wat je aan begeleiding verwacht en nodig hebt voor de contactmomenten.
  • Zet op papier op welke aspecten je wordt beoordeeld.
  • Kennismaking tussen jouw stagebegeleider en je stagebedrijf kan ook plaatsvinden voordat de stage begint: hierdoor ga je tijdens je stage makkelijker met elkaar in gesprek.